De afgelopen dagen kregen we verschillende vragen over beschadigde en verdwenen mesjes. Niet iedere beschadiging heeft dezelfde oorzaak. Aan de slijtage van het mes kun je vaak al herkennen waar je moet zoeken.

Normale slijtage
Door het maaien worden de hoeken van het mes geleidelijk stomp en verliest de snijkant zijn scherpte. Dit is normale slijtage. Vervang de messen tijdig om het gras netjes te blijven snijden.
Afgebroken of kromme messen
Een mes breekt of buigt niet door het maaien van gras. Bij deze schade heeft de robot iets geraakt wat niet onder de maaikop hoort. Er is dus een externe oorzaak.
Veelvoorkomende voorbeelden zijn achtergebleven doelen, pionnen en andere voorwerpen. Ook een afgestoken grasrand langs een stoeprand kan problemen veroorzaken: door het hoogteverschil tussen gras en straatwerk kunnen de messen de bestrating raken.
Vervang beschadigde messen en controleer het terrein. Zonder de oorzaak weg te nemen, kunnen nieuwe messen opnieuw beschadigen.
Uitgesleten bevestigingsgaten
Een uitgesleten bevestigingsgat vraagt om een andere aanpak. Wanneer de maaimotor door te veel weerstand niet op zijn normale toerental komt, wordt het mes tijdens het maaien voortdurend naar binnen geslagen.
Door deze herhaalde beweging slijt het bevestigingsgat steeds verder uit. Uiteindelijk kan het mes loskomen en op het terrein achterblijven. Alleen de messen vervangen is dan onvoldoende: de oorzaak van de weerstand moet worden verholpen.
Bezanden: tijdelijk niet maaien
Een veelvoorkomende oorzaak in deze tijd van het jaar is het bezanden van velden. Zand werkt als schuurpapier en komt tussen bewegende onderdelen terecht.
Dit veroorzaakt niet alleen slijtage aan de messen, maar ook aan wielen, lagers en de ophanging van de maaikoppen.
Ons advies: laat de robot na het bezanden minimaal twee weken niet maaien. Controleer voordat je weer begint of het zand voldoende in de grasmat is gezakt. Is er nog zand zichtbaar? Wacht dan langer.
Wil je toch eerder maaien, overleg dan eerst met ons. Er moet in ieder geval flink gesproeid zijn en er mag geen zand meer zichtbaar zijn. Ook met een gewone maaier ga je niet direct na het bezanden aan het werk.
Verlaag de maaihoogte in kleine stappen
Ook het in één keer flink verlagen van de maaihoogte kan te veel weerstand veroorzaken. Denk bijvoorbeeld aan één centimeter of meer in één stap.
De maaikoppen moeten dan plotseling veel meer gras verwerken, waardoor het toerental kan teruglopen. Verlaag de maaihoogte daarom geleidelijk.
Verliest steeds dezelfde maaikop zijn messen?
Controleer bij uitgesleten bevestigingsgaten of het probleem bij meerdere maaikoppen voorkomt, of steeds bij dezelfde.
Is het telkens dezelfde kop? Dan kan er iets mis zijn met de stand of ophanging van de maaimotor. Denk aan een verbogen frame, bijvoorbeeld doordat de robot met kracht uit een doel is getrokken, of aan uitgesleten ophangarmen.
Versleten ophangarmen kunnen ervoor zorgen dat de maaimotor voorover gaat hangen. Die kop maait daardoor voortdurend dieper en belast vooral de punten van de messen, in plaats van de volledige snijbreedte. Door die hefboomwerking komt er extra kracht op het bevestigingsgat, waardoor het verder uitslijt.
Laat bij terugkerend mesverlies aan dezelfde maaikop de ophanging controleren.
Controleer de maaikoppen in de app
In de app kun je per maaikop het toerental en de stroomsterkte bekijken. Open het gereedschapssymbool rechtsonder en ga naar Sensoren.
Vergelijk de waarden terwijl de robot maait. Een maaikop die duidelijk afwijkt van de andere koppen, met een laag toerental én een hoog stroomverbruik, ondervindt te veel weerstand. Die kop heeft extra aandacht nodig.


De voorbeeldafbeelding laat een goede situatie zien: alle vijf maaikoppen draaien rond het ingestelde toerental van 3.000 omwentelingen per minuut. De stroomsterkte verschilt per kop. Een verschil in stroomverbruik alleen betekent dus niet direct dat er iets mis is.
Beschadigde of ontbrekende messen? Meld het bij ons
Controleer de messen regelmatig. Schakel de robot uit voordat je de onderzijde inspecteert. Ontbreken er messen of delen daarvan? Zoek deze op het terrein en verwijder ze voordat het veld weer wordt gebruikt.
Stuur bij twijfel via de serviceportal duidelijke foto’s van de messen en de onderzijde van de robot. Voeg indien mogelijk een screenshot van het toerental en de stroomsterkte toe.
Vermeld daarbij:
- Of steeds dezelfde maaikop messen verliest.
- Of het terrein onlangs is bezand.
- Of de maaihoogte recent is verlaagd.
Zo kunnen we gericht meekijken en helpen voorkomen dat nieuwe messen opnieuw beschadigen of verdwijnen.
